BSM

In de bovenbouw kunnen leerlingen, die affiniteit hebben met sport en bewegen, kiezen voor het vak Bewegen Sport en Maatschappij (BSM).

 

BSM wordt als keuze-examenvak aangeboden in het vrije deel en komt boven op het vak lichamelijke opvoeding.
Het is de sportieve keuze voor leerlingen die graag sporten, geïnteresseerd zijn in sport en bewegen en in de theoretische achtergronden ervan.

Leidinggeven en organiseren zijn tevens belangrijke vaardigheden bij het vak BSM. Regelmatig vervult de leerling leidinggevende rollen van instructeur, coach of scheidsrechter en is medeorganisator van toernooitjes of sportdagen.

Praktische opdrachten bestaan uit:

  • Eigen vaardigheden (bijvoorbeeld hockey op het kunstgrasveld, boksen, acrobatiek, deelname aan een duurloop, verschillende sportspelen).
  • Leidinggeven (bijvoorbeeld lesgeven aan de eigen klas, spelleider bij de sportdag van de brugklas, scheidsrechter).
  • Organiseren (bijvoorbeeld voor je klasgenoten een toernooitje organiseren, het (helpen) voorbereiden en organiseren van een grotere bewegingsactiviteit zoals een sportdag).
  • Opdrachten betreffende de relatie bewegen en gezondheid (bijvoorbeeld fitheid testen en verbeteren, geven van een warming-up, maken van een trainingsschema, onderkennen en behandelen van blessures).

Theoretische toetsen bestaan uit:

  • Kennis EHBSO (Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen)
  • Conditieleer en trainingsprincipes
  • Vragen over relatie sport en samenleving
  • Vragen gerelateerd aan de praktijk bewegen en sport
print pagina